Wat is rosé wijn en hoe wordt het gemaakt?
Tijdens een wijnreis door Europa kom je rosé verrassend vaak tegen. Niet alleen in de Provence – waar rosé bijna synoniem is met de streek – maar ook in regio’s waar je het misschien minder verwacht.
In sommige gebieden is rosé zelfs een belangrijk onderdeel van de lokale wijncultuur. Denk aan Navarra in Spanje of Tavel in de Rhône. Maar ook in regio’s die vooral bekendstaan om witte of rode wijn, maken wijnhuizen vaak een rosé.
Voor wijnreizigers is het daarom handig om te begrijpen wat rosé precies is en hoe deze wijn wordt gemaakt. Dat helpt ook om te begrijpen waarom rosé uit verschillende streken zo anders kan zijn.
Hoe rosé wijn wordt gemaakt

Rosé wordt gemaakt van blauwe druiven, maar het sap blijft maar kort in contact met de druivenschillen. In die schillen zitten namelijk de kleurstoffen van de druif. Bij rode wijn blijven de schillen tijdens de vergisting bij het sap, waardoor de wijn donker en krachtig wordt. Bij rosé wordt dit contact veel eerder gestopt.
Na de oogst worden de druiven meestal ontsteeld en licht gekneusd. Het sap komt vervolgens tijdelijk in contact met de schillen. Hoe lang dat duurt, bepaalt grotendeels de kleur en stijl van de rosé.
Daarna wordt het sap van de schillen gescheiden en vergist de wijn verder zonder schillen, vergelijkbaar met de productie van witte wijn. Uiteindelijk wordt de wijn gestabiliseerd en gebotteld.
Hoe lang het sap bij de schillen blijft, bepaalt grotendeels:
- de kleur van de rosé
- hoeveel aroma’s uit de schil worden opgenomen
- hoeveel structuur de wijn krijgt
Kort schilcontact levert meestal een lichte en frisse rosé op. Langer contact zorgt voor meer kleur en een krachtigere stijl.
Dit proces lijkt sterk op de productie van witte wijn, met als belangrijkste verschil het korte schilcontact aan het begin.
Wordt rosé gemaakt door rode en witte wijn te mengen?
Een veelgehoorde misvatting is dat rosé ontstaat door rode en witte wijn te mengen. Voor stille rosé is dat in de meeste wijnregio’s niet toegestaan.
Rosé wordt vrijwel altijd gemaakt van blauwe druiven met kort schilcontact.
Een belangrijke uitzondering is Champagne. Daar mag rosé wel worden gemaakt door een kleine hoeveelheid rode wijn toe te voegen aan witte champagne. Deze methode wordt daar regelmatig gebruikt
Wat zegt de kleur van rosé?

Rosé kan variëren van bijna bleek zalmroze tot diep framboosroze. Veel mensen denken dat een lichtere rosé automatisch beter is, maar dat klopt niet.
Zoals eerder uitgelegd wordt de kleur van rosé vooral bepaald door hoe lang het druivensap contact heeft met de schillen. Hoe korter dat contact, hoe lichter de wijn meestal blijft.
Daarnaast spelen ook de druivensoort en de stijlkeuze van de wijnmaker een rol.
Een lichte rosé is dus niet per definitie beter. In sommige regio’s hoort juist een diepere kleur bij de traditionele stijl. Zo zijn rosés uit de Provence meestal licht en elegant, terwijl rosés uit Tavel of Cerasuolo d’Abruzzo vaak donkerder en krachtiger zijn.
De kleur zegt daarom vooral iets over de stijl van de wijn, niet automatisch over de kwaliteit.
Bekende roséregio’s in Europa
Hoewel rosé in veel wijngebieden wordt gemaakt, zijn er een aantal regio’s waar rosé een belangrijk onderdeel is van de wijnidentiteit.
Provence (Frankrijk)
De bekendste roséregio ter wereld. Een groot deel van de wijnproductie bestaat hier uit rosé. De wijnen zijn meestal licht van kleur, droog en fris. De meest gebruikte druiven zijn Grenache, Cinsault en Mourvèdre.
Tavel – Rhône (Frankrijk)
Een appellatie waar uitsluitend rosé wordt geproduceerd. De wijnen zijn vaak krachtiger en gastronomischer dan veel andere rosés.
Navarra (Spanje)
Historisch een van de belangrijkste roséregio’s van Spanje. Rosado wordt hier vaak gemaakt van Garnacha en heeft meestal een fruitige stijl.
Cerasuolo d’Abruzzo (Italië)
Rosé van de Montepulciano-druif. Deze wijnen hebben vaak een diepere kleur en meer structuur.
Weststeiermark – Schilcher (Oostenrijk)
Een regionale specialiteit uit Steiermark, gemaakt van de druif Blauer Wildbacher. Schilcher staat bekend om zijn frisse zuren en kruidige stijl.

Rosé uit regio’s waar andere wijn domineert
Naast deze klassieke roségebieden kom je rosé ook tegen in regio’s waar rood of wit eigenlijk de hoofdrol speelt.
In de Loire bestaan bijvoorbeeld meerdere roséstijlen, zoals Rosé d’Anjou, Cabernet d’Anjou en drogere rosés uit appellaties zoals Touraine. Ook in gebieden die vooral bekendstaan om witte wijn, zoals Sancerre, maken wijnhuizen regelmatig een rosé van Pinot Noir.
In Bourgogne is Marsannay een van de weinige appellaties waar rosé officieel onderdeel is van de AOC. In Bordeaux bestaat zowel rosé als de wat donkerdere stijl Clairet.
Daarnaast kom je rosé tegen in veel andere wijnregio’s waar wijnhuizen naast hun rode of witte wijnen ook een rosé produceren.
Conclusie
Rosé wordt vaak gezien als een simpele zomerwijn, maar in werkelijkheid is het een wijnstijl die in veel Europese wijnregio’s een rol speelt. Van de lichte rosés uit de Provence tot de krachtigere wijnen uit Tavel of Abruzzo: de stijl van rosé wordt vooral bepaald door hoe lang het sap contact heeft met de druivenschillen en welke keuzes wijnmakers daarbij maken.
Rosé laat daarbij vaak een andere kant van een wijnregio zien. Het is vaak een wijn die lokaal veel wordt gedronken en goed past bij de gerechten van de streek. Juist daardoor is rosé een interessante wijn om te ontdekken wanneer je een wijnregio bezoekt.
Eerlijk gezegd word ik nog steeds regelmatig verrast door wat een glas rosé kan zijn. Dat is misschien wel de beste reden om het gewoon te blijven proberen, overal waar je komt.
